Recensie. ‘Niet alles maar veel begint bij luisteren. Een verslag uit de Denderstreek’

Activist Dominique Willaert trok maandenlang door de Denderstreek om te luisteren naar gewone mensen. Hij deed dit om te begrijpen waarom het extreemrechtse VB scoort in deze regio. De titel dekt de lading: Willaert is vooral gaan luisteren om vast te stellen en verslag uit te brengen. Het resultaat is een beeld van een erg diverse werkende klasse die moeite heeft met snelle veranderingen, sociale afbraak en spanningen in de strijd om de weinige middelen.  

Door Geert Cool

De afgelopen jaren is de bevolking in de Denderstreek snel veranderd. De grootstad Brussel is niet ver, maar erg onbetaalbaar en druk voor gezinnen. In het bijzonder kwamen veel mensen van Afrikaanse afkomst naar de Denderstreek, op zoek naar nabijheid van mensen met wie ze hun afkomst delen. Tegelijk staan alle oude sociale weefsels in de Denderstreek onder druk. De vroegere industrie is grotendeels weg, de bevolking is verarmd, het verenigingsleven is mee verdwenen. Ondertussen weegt de sociale afbraak door. Toegang tot sociale huisvesting en openbare diensten wordt steeds moeilijker. Het politieke bestuur staat zowel letterlijk als figuurlijk steeds verder van de leefwereld van de meerderheid van de bevolking. De elementen van sociale aftakeling maken de Denderstreek net aantrekkelijk voor nieuwkomers: waar anders in de buurt van Brussel vind je immers nog een betaalbare woning?

De verhalen van gewone mensen, zowel inwoners die al generaties lang in de streek wonen als nieuwkomers, klinken als een schreeuw om sociale verandering. Zelfs indien dit doorgaans niet zo geformuleerd wordt door de mensen zelf, spreekt het onbehagen en de vervreemding uit de bladzijden van dit boek. Het begint vaak met kleine frustraties en noden, maar door deze samen te brengen kan je moeilijk naast het onderliggende bredere plaatje kijken. Daaruit blijkt ook dat alle inwoners van de streek meer met elkaar gemeen hebben dan ze vaak denken. Het sterkste moment in het boek is als Willaert overtuigde VB’ers bijeenbrengt met mensen met een migratie-achtergrond om te spreken over het leven in de streek en hun frustraties. Het bevestigt het spreekwoord ‘onbekend maakt onbemind’. Doorheen het gesprek voel je toenadering. De VB’ers konden zich deels herkennen in de moeilijkheden waarmee migranten te maken krijgen in het leven. Op zich volstaat dit niet als antwoord op extreemrechts, maar het geeft een beeld van de sterkte van menselijke solidariteit.

Het boek wil geen lessen geven over de strijd tegen extreemrechts. Maar natuurlijk komt deze vraag wel aan bod. In het gesprek met Filip De Bodt bijvoorbeeld, sinds jaar en dag het strijdbare uithangbord van een sociale en radicale linkerzijde in Herzele en omgeving. Hij wijst op de noodzaak van nabijheid en een strijdbare benadering rond directe bekommernissen. “We moeten de mensen opnieuw leren geloven in verandering,” zegt hij terecht. Eerder zegt hij: “Als de bussen niet op tijd rijden en de mensen daardoor niet op tijd op hun werk geraken, dan moet je niet beginnen over het historisch materialisme of over de klassentegenstellingen.” Uiteraard is er een taal en benadering nodig die begrepen wordt en aansluit bij de leefwereld van onze omgeving, maar een bredere kijk en begrip over hoe verandering werkt (wat is historisch materialisme anders dan dat?) is essentieel.

Terecht weerklinkt doorheen het boek een pleidooi voor meer sociaal weefsel en de noodzaak van middelen hiervoor. Veel meer betaalbare sociale huisvesting is de enige manier om een einde te maken aan de wachtlijst en de discussies over wie waar op die lijst staat. Toegankelijk taalonderwijs op maat van nieuwkomers (die vaak weinig tijd hebben door de combinatie van werk, gezin en nieuwe omgeving). Ontspanningsruimtes voor jong en oud zouden spanningen over het gebruik van de krimpende publieke ruimte wegnemen. Verlaging van de werkdruk zodat collega’s op het werk met elkaar kunnen spreken en elkaar leren kennen.

Op basis van zijn tocht door de Denderstreek schreef Willaert in De Morgen (3 augustus) een “zevenpuntenplan om extreemrechts in te dijken.” Zijn uitgangspunt is: “Jaag niet op de kwetsbaren, maar roep op tot solidariteit.” Hij pleit voor een klassenbenadering die solidariteit centraal stelt en koppelt aan eisen rond de uitbouw van openbare diensten en het afdwingen van een toekomstperspectief op basis van herverdeling van de rijkdom. Terecht merkt hij op dat de arbeidersbeweging zich hiertoe moet organiseren, maar dat beperkt hij tot luisteren, vormingen geven, propaganda en een nabijheidspolitiek rond een tegenverhaal. Verdeel-en-heers weerleggen, gebeurt het best doorheen actie rond onze bekommernissen waarin we ons ook duidelijk uitspreken tegen al wat ons verdeelt. Doorheen actie en strijd kan een gedurfd programma van maatschappijverandering geconcretiseerd worden. Vervreemding en de opeenstapeling van tekorten kan je niet stoppen zonder het systeem erachter – het kapitalisme – te bestrijden. Herverdeling van de rijkdom kan enkel afgedwongen worden met een krachtsverhouding die het winstbejag en dus de private eigendom van de grote productiemiddelen betwist.

Het formuleren van een alternatief is een zwakte in de teksten van Willaert. “De burgerbevolking doen verlangen naar en doen geloven in broederschap, sociale vooruitgang en ecologische betrokkenheid,” is te vaag en leidt in feite tot een pleidooi voor een terugkeer van de oude structuren van sociaal weefsel en een oproep aan de traditionele partijen om meer te zijn zoals ze vroeger waren, zelfs indien dit in het huidige tijdperk niet meer mogelijk is. In een podcast over zijn boek in de reeks ‘Alles wordt beter’ suggereert Willaert dat feminisme geen antwoord biedt in de strijd tegen extreemrechts op het platteland omdat er daar een ander referentiekader is waarbij het volledige woke-debat aan hen voorbijgaat. Dat is een wel erg eenzijdige kijk op feminisme, zeker een feminisme dat vertrekt vanuit de werkende klasse en actief opkomt voor meer openbare diensten zoals zorg en kinderopvang, investeringen in onderwijs of nog het recht van iedereen om zichzelf te zijn. Het is trouwens een vooroordeel dat arbeidersbuurten inzake feminisme en lgbtqia+ rechten conservatiever zouden zijn dan de bevolking van rijke witte villawijken. Bij het Ierse referendum over het homohuwelijk in 2015 werden enkele van de hoogste ja-scores in volkse buurten gehaald.

De kwestie van de alternatieven en het programma waar links voor opkomt, kan soms abstract lijken maar is een cruciaal onderdeel van een effectieve strijd voor sociale vooruitgang. Het maakt dat de hoop op vooruitgang net realistischer wordt, want onderbouwd en gestoeld op fundamentele verandering van de hele maatschappij. Het maakt een bredere kijk op de aanwezige woede en het onbehagen mogelijk, wat het luisteren vergemakkelijkt en kan bijdragen aan het formuleren van voorstellen om stappen vooruit te zetten en doorheen strijd hiervoor het sociaal weefsel van de werkende klasse op te bouwen.