Frankrijk. Extreemrechts stoppen op straat en in het stemhokje

Tegenover de dreiging van het ergste, wekt het Nouveau Front Populaire hoop

Een aardbeving. Dat woord is nog te zwak voor wat er in Frankrijk gebeurt. Het extreemrechtse Rassemblement National (RN) sprak er al weken over, Macron deed het uiteindelijk: het parlement ontbinden en vervroegde parlementsverkiezingen houden. Na de forse vooruitgang van het RN bij de verkiezingen van 2017 en 2022 en nu bij de Europese verkiezingen (waar het 31,4% haalde, naast de 5,5% voor de partij van Eric Zemmour), dreigt extreemrechts voor het eerst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk aan de macht te komen.

door Stéphane Delcros voor de zomereditie van maandblad De Linkse Socialist

Het uitroepen van vervroegde verkiezingen versterkte het zelfvertrouwen van gewelddadige extreemrechtse individuen en groepen. “Binnen drie weken kunnen we zoveel homo’s in elkaar slaan als we willen”, riep één van de vier extreemrechtse activisten die in Parijs een LGBTQIA+persoon in elkaar sloegen. Eén van hen, Gabriel Loustau, is de lokale leider van de GUD-militie en de zoon van een voormalig kaderlid van het Rassemblement National. Een RN-regering zou rampzalig zijn voor de werkende klasse, en al helemaal voor wie gediscrimineerd wordt. Het zou leiden tot een asociaal beleid met meer politiegeweld en toegenomen vertrouwen van gewelddadige groepen en individuen. 

De mogelijke toekomst die zich aftekent, doet dystopisch aan. Ondermijning van vakbondsrechten, minder publieke subsidies voor centra voor gezinsplanning, afbouw van sociaal-culturele organisaties en klimaatgroepen, aanvallen op de persvrijheid en privatisering van de openbare omroep, meer autoritaire maatregelen en een stortvloed van hard-rechtse benoemingen in de administratie en de rechterlijke macht. Dit alles zou ernstige gevolgen hebben, mogelijk voor zeer lange tijd, ook nadat extreemrechts de macht verliest.

Macron speelt een gevaarlijk spel

De politieke instrumenten van de heersende klasse bevinden zich in een erbarmelijke staat na decennia van sociaal verval. Dit werd opnieuw duidelijk in de Europese verkiezingen. De Macron-gezinde partijen haalden een historisch slecht resultaat met slechts 14,6% bij een opkomst van net boven de 50%. De nieuwe verkiezingsoverwinning van extreemrechts en de vervroegde parlementsverkiezingen hebben bovendien de traditionele rechtse partij Les Républicains uit elkaar doen vallen.

In 2022 was Macron de eerste nieuw gekozen president die geen meerderheid in het parlement haalde. Zijn regeringen moesten twee jaar lang jongleren met een permanente zoektocht naar bondgenoten in het parlement. Het beleid van Macron werd zo onpopulair dat zelfs Les Républicains het zich niet meer konden permitteren om de regering zomaar te steunen. Tijdens de krachtige beweging tegen de pensioenhervorming in maart 2023 overleefde de regering nipt een motie van wantrouwen. Er waren slechts negen stemmen te weinig om de regering te doen vallen. Les Républicains maakten zich op om zelf een motie van wantrouwen op te starten in de herfst van 2024, deze keer over de begroting. Dit werd door Macron aangegrepen als een van de redenen om vervroegde parlementsverkiezingen uit te schrijven. Als hij had gewacht tot de herfst, was hij mogelijk de controle over de situatie verloren.

Macron rekende op een verdeelde linkerzijde en op het voordeel dat hij zich opnieuw zou kunnen opwerpen als het beste obstakel tegen extreemrechts. Hij heeft echter de weg voorbereid voor extreemrechts. Dat deed hij met zijn asociale beleid (zoals de pensioenhervorming), maar ook met zijn racisme, islamofobie en seksisme (zo werd verkrachting gedegradeerd tot een ‘sub-misdaad’ die niet langer door een volksjury moet beoordeeld worden). Komt daar nog de retoriek en opstelling van Macron en zijn aanhangers bij: van een eerbetoon aan Pétain over verwijten van ‘islamo-gauchisme’ en de constante stigmatisering van de moslimbevolking tot openlijke steun voor de van seksueel misbruik beschuldigde acteur Gérard Depardieu.

Op 18 juni, midden in de verkiezingscampagne, deed Macron er nog een schepje bovenop door uit te pakken met transfobe opmerkingen. Naar aanleiding van het programma van het Nouveau Front Populaire zei hij: “Er staan groteske zaken in, zoals het recht om van geslacht te veranderen op het gemeentehuis.” De Macronisten en de gevestigde media hebben de weg vrijgemaakt voor Marine Le Pen en Jordan Bardella om de grootste partij te worden en mogelijk zelfs aan de macht te komen.

Nouveau Front Populaire

Macron rekende op een verdeelde linkerzijde, maar de druk van de progressieve delen van de samenleving was zo groot dat de verschillende linkse partijen gedwongen werden om binnen 24 uur tot een akkoord te komen en het Nouveau Front Populaire te vormen. 

Het ‘Nieuwe Volksfront’  omvat La France Insoumise (LFI), de Parti Socialiste (PS), de groenen en de Parti Communiste Français (PCF). Ze maakten afspraken over de verdeling van de kiesdistricten, om onderlinge concurrentie te voorkomen. Toen de vervroegde verkiezingen werden aangekondigd, riepen een aantal militante verenigingen (met name #NousToutes) onmiddellijk op tot de vorming van een dergelijke alliantie. De aankondiging van het akkoord wekte de hoop van miljoenen mensen. Zij willen voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt en willen eindelijk een beleid in het belang van de werkende klasse en onderdrukte mensen. Het leidde direct tot een golf van steun vanuit de vakbonden en sociale organisaties, waarvan sommigen zich meteen aansloten bij het NFP. 

In 2022 vestigde de score van Jean-Luc Mélenchon in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen de hegemonie van La France Insoumise op links. LFI nam het voortouw in de linkse samenwerking onder de vlag van NUPES (Nouvelle Union populaire écologique et sociale). Sindsdien zijn de verhoudingen tussen de linkse krachten grondig veranderd. Het maakt dat de verdeling van de kiesdistricten nu veel minder gunstig is voor LFI en veel gunstiger voor de PS.

Het gezamenlijke programma van het NFP bevat enkele zeer goede maatregelen, die zouden breken met het beleid van de jaren onder Macron en zijn voorgangers, en die het dagelijks leven van tientallen miljoenen werkenden duidelijk zouden verbeteren. Het NFP stelt “20 breuken in de eerste 2 weken voor, zodat het leven verandert vanaf de zomer van 2024”. Het gaat onder meer om de intrekking van de pensioenhervorming en de hervorming van de werkloosheidsverzekering, de bevriezing van essentiële prijzen, een minimumloon van 1600 euro netto (2000 euro bruto), de indexering van de lonen aan de inflatie, de aanwerving van ambtenaren … Op langere termijn wil het NFP de pensioenleeftijd terugbrengen naar 60 jaar, een collectieve arbeidsduurvermindering en het verwerpen van de Europese besparingsverdragen. Om dit alles te financieren, pleit het voor de herinvoering van een vermogensbelasting, versterkt met een ecologisch aspect, het belasten van superwinsten en het progressiever maken van de inkomstenbelasting. Dit is duidelijk een programma dat een breuk met de huidige politiek betekent, zij het minder uitgesproken dan dat van LFI of NUPES.

Allemaal samen tegen LFI en tegen de Palestijnse zaak…

Tijdens de Europese verkiezingscampagne beschuldigden de gevestigde media en de Macronisten La France Insoumise voortdurend van “antisemitisme” en “steun aan Hamas-terroristen”. Dit was gebaseerd op leugens die keer op keer werden herhaald op televisie en in interviews. Het was een ware heksenjacht die iedereen stigmatiseerde die de Palestijnse zaak verdedigt. Vooral de Frans-Palestijnse advocate Rima Hassan was het doelwit van meedogenloze pesterijen. Helaas hebben de drie partners van LFI in het Nouveau Front Populaire in het beste geval gezwegen over deze ongegronde aanvallen. Meestal hebben ze er gewoon aan meegedaan. Dit is vooral het geval voor de PS en haar bondgenoot Place Publique, wiens leider Raphaël Glucksmann de Europese lijst aanvoerde.

Het momentum van het NFP is aanzienlijk en biedt de mogelijkheid om te voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt. Het biedt ook mogelijkheden om maatregelen te nemen die belangrijk zijn voor het dagelijks leven van de werkende klasse. Er is echter ook een terechte afkeer van de PS, zelfs indien de meest rechtse elementen weg gezuiverd zijn, de groenen en zelfs tot op zekere hoogte van de PCF. Zoals een ontgoochelde vakbondsmilitant het verwoordde: “We hebben rechts geprobeerd en dat heeft ons pijn gedaan, we hebben links geprobeerd en dat heeft ons ook pijn gedaan, dus waarom zouden we extreemrechts niet proberen?”

De PS en de groenen zijn volledig geprogrammeerd om het systeem mee te beheren. Het zou uitermate verrassend zijn als ze in een crisissituatie bereid zouden zijn om maatregelen te nemen die ondubbelzinnig de kant van de werkenden kiezen boven die van de bazen en de markt. De aanhangers van het kapitalisme zullen weten met wie ze moeten praten. Het NFP is gevormd door apparatsjiks. Het moet verder naar links geduwd worden door het enthousiasme te mobiliseren, dat gelukkig niet ontbreekt onder brede lagen van de bevolking.

Democratische antifascistische comités opbouwen 

Stemmen voor links komt niet in de plaats van strijd organiseren. We moeten een beweging opbouwen in de geest van de strijd tegen de pensioenhervorming, die de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging toonde, dankzij het wapen van de dagelijks hernieuwde staking. Een dergelijke beweging samen met de moedige en inspirerende wil om op te komen voor fundamentele veranderingen ten gunste van de onderdrukten en jongeren, kan de klassenstrijd vooruit stuwen.

Democratische comités van antifascistisch verzet zouden opgericht kunnen worden in alle arbeiderswijken, voorsteden, scholen, universiteiten en werkplekken. Zulke comités zouden de stemming voor het NFP kunnen steunen en zich op de periode na de verkiezingen voorbereiden. Dan kunnen ze een rol spelen in het verzet tegen extreemrechts dat aan de macht komt of in de mobilisaties om ervoor te zorgen dat de verkozenen van het NPF hun beloften nakomen. 

Dit zou een uitstekende springplank zijn voor verdere actie, want hoewel het programma van het NFP interessant is, is het niet genoeg. Om echt tegemoet te komen aan de behoeften van de werkende klasse, de jongeren en de onderdrukten en tegelijkertijd de positie van de kapitalistische klasse te betwisten, is het nodig om eisen naar voren te schuiven zoals de nationalisatie van de belangrijkste sectoren van de economie onder publiek beheer en controle, te beginnen met de financiële sector en de energiesector, om echte controle te hebben over de prijzen en tegelijkertijd de ecologische planning te financieren.