20 jaar na racistische moord in Londen wordt smerige rol politie duidelijk

28lawrenceOp 22 april 1993 werd Stephen Lawrence in Londen vermoord. Het ging om een racistische moord die leidde tot tal van protestacties en grote betogingen. Het duurde jaren vooraleer de daders werden veroordeeld. De politie liet zich bij het onderzoeken niet op ijver betrappen. Nu werd bekend dat ze wel ijverig waren bij het zoeken naar eventuele belastende zaken over familieleden van de zwarte jongere. En er werd ook een politie-infiltratie opgezet onder antiracisten, meer bepaald in de campagne Youth Against Racism in Europe.

Pas vorig jaar werden twee van de aanvallers veroordeeld. Na een eerste onderzoek werden vijf verdachten opgepakt, maar er volgden geen veroordelingen. In 1998 werd het onderzoek al eens onderzocht en toen stelde een onderzoekscommissie vast dat het oorspronkelijke onderzoek door de politie gebukt ging onder een ‘institutioneel racisme’. Na een heropening van het onderzoek werden uiteindelijk twee van de oorspronkelijke verdachten veroordeeld.

De politie faalde dus in het onderzoek naar de daders. Nu blijkt dat het onderzoek ook niet enkel op de daders was gericht, maar ook op de familie van het slachtoffer en op de antiracisten die protesteerden tegen het geweld. Een undercover agent maakte bekend dat hij gevraagd werd om uit te zoeken of er ‘vuile was’ bij de familie en vrienden van de vermoorde tiener te vinden was. De bekendmaking dat er een onderzoek was naar de omgeving van het slachtoffer leidde tot een schok in Groot-Brittannië, de regering moest beloven dat er een ‘zero tolerantie’komt voor wandaden door de politie.

De vader van Stephen Lawrence stelde dat de politie destijds erop aandrong om een lijst bij te houden van al wie het huis van het gezin bezocht om steun te betuigen. De familie weigerde dat destijds omdat ze niet inzagen hoe een overzicht van namen van anti-racisten het onderzoek naar de daders van een racistische moord zou vooruithelpen. De politie reageerde toen met de stelling dat de familie het onderzoek verhinderde.

Peter Francis, de politieagent die werd gevraagd om de familie van Lawrence te discrediteren, heeft nu besloten om als klokkenluider naar buiten te treden. Hij stelt dat hij ontgoocheld raakte in de politie en echte sympathie had voor de antiracistische campagnes. “Ik zag tal van verschrikkelijke gevallen van politiebrutaliteiten tegen betogers en werd oprecht tegenstander van de politie.” Hij stelde ook dat hij onder de indruk was van de moedige opstelling van activisten van Youth Against Racism in Europe (YRE, de campagne waartoe ook Blokbuster behoort) tegenover het politiegeweld.

De regering beloofde een volledig onderzoek naar wat fout is gelopen, maar dat hebben we al zoveel gehoord. Een onderzoek door de politie zou wel eens een nieuwe doofpotoperatie kunnen worden. Peter Francis zelf stelde dat hij over zijn rol wilde getuigen in een gerechtelijk onderzoek, maar dat dit verboden werd door zijn oversten. Er zijn rechtszaken bezig over politie-infiltratie in groeperingen die protestacties organiseren, maar dit alles gebeurt met gesloten zittingen zonder enige openbaarheid.

Wij eisen een oprecht onafhankelijk onderzoek door democratisch verkozen vertegenwoordigers van de vakbonden, antiracistische bewegingen en milieuorganisaties die het slachtoffer werden van infiltratie. Zo’n onderzoek moet zich niet beperken tot enkel een zogenaamde rotte appel, maar moet toegang krijgen tot alle informatie, ook over wie de bevelen gaf. Het mag zich ook niet beperken tot het verleden. De ‘Special Demonstration Squad’ (SDS) – waar Peter Francis deel van uitmaakte – werd in 2008 officieel ontbonden env ervangen door de ‘national public order intelligence unit’, een eenheid die nog steeds dezelfde rol speelt. Ongetwijfeld zijn er nieuwe infiltranten van de politie in antiracistische campagnes en linkse organisaties in een poging om het protest te breken. Ze zullen daar evenmin als Peter Francis in slagen.

De rol van de politie in het onderzoek naar de moord op Stephen Lawrence is geen eenmalige misstap. De afgelopen maand waren er tal van verhalen over repressie en staatstoezicht op alles en iedereen. Zo was er Edward Snowden die bekend maakte dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten samenwerkten met grote bedrijven als Google, Apple en Facebook om een massaal toezicht te organiseren. Vervolgens raakte bekend dat de Britse geheime diensten heel wat informatie bekwamen door het aftappen van kabels. En nu zijn er de onthullingen van de voormalige undercover agent Peter Francis. Die infiltreerde in de jaren 1990 in YRE, de antifascistische campagne die werd geleid door Militant (nu de Socialist Party).

Francis was actief in SDS, een politie-eenheid opgezet als reactie op de studentenradicalisering van 1968. Het doel van de eenheid was om zogenaamd ‘extremistische’ groeperingen te infiltreren. Het ging in hoofdzaak om linkse groepen. De eenheid werd door de politietop niet bepaald als een rotte appel gezien. Peter Francis beschrijft hoe hij een fles whisky kreeg van de toenmalige politiechef Sir Paul Condon, hij kreeg de fles als bedanking voor zijn rol bij het infiltreren van YRE. Condon ontkent vandaag dat hij van die infiltratie op de hoogte was… Ook stelde Francis dat hij een aanvaring met de geheime diensten MI5 had omdat een van hun spionnen in Militant volgens Francis totaal incompetent was en alle operaties in gevaar bracht.

Nu wordt duidelijk dat de overheid niets kon halen uit de infiltratie bij YRE of Militant. Het enige resultaat van de infiltraties is blijkbaar dat de ogen van Peter Francis over de realiteit van politiegeweld zijn open gegaan. YRE en Militant waren open democratische organisaties die hun activiteiten niet verborgen hielden, net zomin als de Socialist Party dat vandaag doet. De politie kon onze activiteiten volgen via pamfletten of onze openbare meetings.

Langs de andere kant slaagden de infiltranten zoals Peter Francis er niet in om de beweging tegen racisme op een zijspoor te zetten. Francis ondernam minstens een poging om als provocateur op te treden. Zo moedigde hij activisten aan om individuele acties tegen het extreemrechtse BNP te ondernemen in plaats van georganiseerde en democratische massale acties zoals door YRE werden voorgesteld. De pogingen om geweld uit te lokken, waren gedoemd om te mislukken.

Bovendien zorgde het massale protest dat mee werd geleid door YRE ervoor dat het kantoor van de BNP in Londen de deuren moest sluiten. Daarnaast lag YRE mee aan de basis van massaprotest doorheen Europa, zo was er op 24 oktober 1992 een Europese betoging tegen racisme met 50.000 deelnemers in Brussel. De omvang van de antiracismebeweging zorgde ervoor dat de BNP jarenlang gemarginaliseerd werd. De partij kwam pas onder een Labour-bewind terug nadat de skinheads waren ingeruild voor maatpakken.

De beslissing om YRE te infiltreren leidt tot belangrijke vragen. In wiens belang treden de politie en andere krachten van de staat op? De politie zou neutraal zijn en het algemene belang dienen. Maar als de de bevolking iets over de werking van de politie te zeggen zou hebben, dan zou een meerderheid ongetwijfeld tegen de lastercampagne tegen de familie van Lawrence of tegen de infiltratie van YRE zijn. Ongetwijfeld zou een meerderheid voorgesteld hebben om de middelen in te zetten in het vinden en veroordelen van de moordenaars van Stephen Lawrence.

De politie speelt een dubbele rol. Als een gewone werkende het slachtoffer is van een misdaad, gaat hij/zij naar de politie. De vader van Stephen Lawrence stelde dat hij de politie niet vertrouwde wegens het ingebakken racisme, maar dat hij en zijn gezin nu eenmaal op de politie moesten rekenen om de moord op hun zoon te onderzoeken. Er was immers geen andere mogelijkheid.

Maar de politie is een onderdeel van een staatsmachine die uiteindelijk tot doel heeft om de belangen van de kapitalisten te dienen. We leven in een samenleving waarin een klein aantal grote bedrijven de volledige economie domineert. De staat speelt een cruciale rol in het verdedigen van de heerschappij van deze kleine elite. Dat gebeurt via de politie maar ook met andere instanties van de staat.

Vandaag kent het kapitalistisch systeem een diepgaande crisis. De kloof tussen arm en rijk is nog nooit zo groot geweest. Terwijl een handvol miljardairs steeds rijker wordt, kan een groeiende groep van de bevolking niet meer mee. Dat leidt steeds meer tot protest, kijk maar naar het massaprotest in Turkije of Brazilië. De staat mag zoveel infiltranten inzetten als ze wil, het protest zal hierdoor niet stoppen. Het is immers de ervaring van werkenden en jongeren met het huidige beleid die aanzet tot protest en verzet. De woede tegenover het kapitalisme of tegen de gevolgen van het kapitalisme leidt vandaag tot massaprotest. Maar uiteindelijk zal dit de steun voor een socialistische omvorming van de samenleving versterken.

Om op zo’n bewegingen voorbereid te zijn, wordt de repressie opgevoerd. In feite worden voorbereidingen getroffen om een politiestaat achter de schermen te kunnen opzetten. Maar dit betekent niet dat de staat daarin zal slagen. Ook de mogelijkheden van repressie zijn afhankelijk van de krachtsverhoudingen in de samenleving. Grote vakbondsbetogingen worden vandaag grotendeels gerust gelaten omdat de autoriteiten weten dat er een brede steun voor deze acties is en dat repressie hierbij vooral zou leiden tot een escalatie van het protest tegen de besparingen.

Het ongenoegen zit zo diep dat ook gewone agenten erdoor aangetast zijn. Onder Thatcher werd vooral niet bespaard op de politie, maar vandaag gebeurt dat wel. Een meerderheid van de Britse Politiefederatie stemde voor het invoeren van een stakingsrecht. Socialisten moeten dergelijke verdeeldheid op klassenbasis aanmoedigen. Het zal de arbeidersbeweging versterken in de strijdbewegingen die voor ons liggen. Wij verdedigen een programma van democratische controle op de politie met eisen als:

  • Voor een echt onafhankelijk onderzoek naar het ‘infiltratieschandaal’. Een onderzoek door democratisch verkozen vertegenwoordigers van de vakbonden en de antiracisme- en milieubewegingen die het slachtoffer werden van infiltratie
  • Afschaffing van de eenheden die tot dergelijke infiltraties overgaan. Afschaffing van de geheime diensten en vernietiging van de politieke fiches en computer bestanden die niets met strafrechtelijke onderzoeken te maken hebben
  • Afschaffing van alle wetten die de burgerlijke vrijheden beperken, waaronder ook antivakbondswetten.
  • De politie moet verantwoording afleggen aan lokale comités van verkozen vertegenwoordigers van de vakbonden, lokale gemeenschapsgroepen en de lokale autoriteiten
  • Voor het recht van agenten om een onafhankelijke democratische vakbond te vormen met erkenning van het stakingsrecht

Dergelijke eisen zijn ook belangrijk in de strijd tegen het besparingsbeleid. Het betekent echter niet dat het mogelijk zou zijn om de staat geleidelijk te democratiseren zodat het een neutraal instrument van de volledige samenleving kan worden. Daartoe is een beslissende breuk met het kapitalisme noodzakelijk en de ontwikkeling van een democratisch socialistisch productieplan afgestemd op de behoeften van de meerderheid van de bevolking. Dat zou de basis vormen om iedereen degelijke huisvesting, werk, een goed pensioen, gratis onderwijs,… aan te bieden. Uiteindelijk is het de angst van de kapitalisten voor de ideeën van het socialisme die leidt tot politie-infiltratie bij de linkerzijde. Hun angst is overigens volledig terecht.